Door: Patricia Pisters

Gedeelde Passie: Het Audio-Visuele Essay en de Filmcultuur

21 september 2017

“Denken over cinema en verdieping van de filmcultuur in Nederland,” daar staat de Louis Hartlooper Prijs voor en het hoeft geen betoog dat ik vorig jaar ontzettend blij was toen mijn boek Filming fort he Future over het werk van Louis van Gasteren deze eervolle prijs toekwam. Dat het hele beroepenveld van filmmakers de nominaties van het werk van critici en onderzoekers bepaalt en beoordeelt is daarbij bijzonder mooi omdat het aangeeft dat ‘filmcultuur’ als een eco-systeem is waarin verschillende onderdelen een eigen rol spelen in een groter geheel. De filmjournalistiek is een belangrijke schakel aan het einde van de keten, wanneer de film klaar is voor vertoning en het publiek bereikt. Een andere schakel in de keten, de filmwetenschap, is meestal iets minder prominent aanwezig, onzichtbaar achter collegezaal deuren, of verstopt in dikke, dure of onvindbare boeken of verre bibliotheken. En hoewel de Louis Hartlooper Prijs in het leven is geroepen voor de filmjournalistiek, ben ik ontzettend blij dat het schrijven over film vanuit de wetenschap, met name ook over de Nederlandse film, langzaam meer zichtbaarheid krijgt en er gestaag ook meer wisselwerking komt tussen journalistiek en wetenschap. Dit heeft wellicht te maken met het veranderend publicatielandschap waar Open Access steeds belangrijker wordt, en met een veranderende filmcultuur waarin ‘randprogrammering’ steeds vaker een rol spelen om filmprogramma’s van context te voorzien omdat het medialandschap steeds voller, rijker en soms ook overweldigender wordt, vaker om duiding vraagt van filmcritici en filmwetenschappers met verschillende expertises, en misschien ook met andere ontwikkelingen zoals het audio-visuele essay waar ik zo meteen iets meer over zal zeggen.

Lees meer...

Door: Ruud den Drijver

Referaat "Film en journalistiek"

22 september 2016

 Waakhonden van de macht.

Goedemiddag. Leuk jullie weer te zien. Vorig jaar is mij gevraagd om hier iets te zeggen over de stand van de filmjournalistiek. Om de huidige situatie te beoordelen zou je eerst moeten weten wat de vorige stand was. De jury noemde het vorig jaar opmerkelijk hoe er in de tijd waarin mijn boek Circus Bloteman zich afspeelt, volstrekt anders over film werd gedacht en geschreven. De stukken van Wim Verstappen zorgden voor praktische veranderingen, zoals het Amstelveense kabelarrest waar hij veelvuldig met zijn vriend Peter van Bueren over discussieerde, en de afschaffing van de betuttelende filmkeuring voor volwassenen. Tijdens het pleidooi wat hij hield bij Blue Movie – zijn grootste commerciële succes, dat nog steeds op de vijfde plaats staat van de lijst van best bezochte films aller tijden – verschool hij zich achter Simon Vestdijks De toekomst der religie. En ook in zijn filmbesprekingen werd veelvuldig van Vestdijks inzichten geleend. Ik wil daar graag iets over zeggen en met jullie kijken in hoeverre deze opvattingen nog geldig zijn. De verhoudingen zijn duidelijk: er kan geen kritiek geschreven worden als er niet eerst een film is gemaakt. Kritiek is in essentie een reactie op het filmmaken. 

Lees meer...

Door: Peter van Bueren

Website

22 september 2016

Toen in januari de komst van deze site werd aangekondigd, ging het een beetje langs me heen, want ik had andere dingen aan mijn kop.  Ik dacht wel: wat moet ik daarmee? Al die oude stukken, voltooid verleden tijd. Ik heb mijn hele leven geschreven voor de krant van morgen, altijd stukken zonder een bewaarfunctie  en zo’n site heeft toch een schijn van eeuwigheid. 

Negen maanden later ben ik er nog steeds en de site is er ook. 

Hoe moest dat eigenlijk, een selectie maken uit duizenden stukken in vijftig jaar schrijven? Projectleider André Waardenburg nam het initiatief, deed wat voorstellen en ik vulde dat aan. Ik had één eis:  niet alleen recensies, maar ook interviews en bijvoorbeeld necrologieën, want ik ben altijd filmjournalist geweest en niet alleen criticus. 

Na veel wikken en wegen kwamen we tot een lijstje van 25. 

Lees meer...

Door: Marjeet Verbeek

Referaat

24 september 2015

Tjeu van den Berk en ik waren erg blij, maar ook heel verrast dat we vorig jaar de Louis Hartlooper Prijs voor de Filmjournalistiek kregen voor ons boekje Het Filmgesprek.

Verrast omdat onze benadering van film niet direct journalistiek van aard is. Nu de naam is veranderd van ‘prijs voor de filmjournalistiek’ naar ‘prijs voor de beste filmpublicatie’ begrijpen we iets beter waarom we vorig jaar in de prijzen vielen.

Tjeu en ik zijn werkzaam op het vlak van filmeducatie, met name voor volwassenen. Ons boekje Het Filmgesprek met als ondertitel woorden aan droombeelden wijden (Meinema 2013) vormt de neerslag van onze jarenlange praktijk van filmgesprekken organiseren en begeleiden, vaak in samenwerking KFA Filmbeschouwing.

In onze filmgesprekken benaderen we de speelfilm in de eerste plaats als een droom. In het eerste deel werkt Tjeu die gedachte uit. Wanneer mensen naar een film kijken, bewegen ze zich in een droomvertrek. Juist daarom kan een film ons diep in de ziel raken, ons iets doen, ons met verwondering of afschuw vervullen. En juist daarom vormt een film een ingang tot onze eigen dromen en nachtmerries, angsten en wensen.

Lees meer...

Door: Rob van Scheers

Pleidooi

25 september 2014

Vakgenoten, lotgenoten

Ach man die prijs… het verandert je hele leven. Voortaan reis je louter nog in limousines, drink je alleen nog maar champagne, smul je kaviaar, word je omringd door mooie vrouwen...  dus nieuwe winnaar, wees gewaarschuwd!

Nee hoor, we hebben het hier over een van de sympathiekste vakprijzen van Nederland, en wat is het goed dat-ie er is. Maakt niet uit dat die zwarte spiegel je als een boos oog aanstaart in je werkkamer, heb jij je deadline wel gehaald?

Het is goed dat de prijs er is, want de zaak van de filmjournalistiek ligt zwaar onder vuur. Op internet is een stukje van 200 woorden al een zogeheten longread. Ook in veel kranten en weekbladen moeten de stukken steeds korter. Bovendien worden de tarieven her en der gekort, soms met 15 procent. Is dat nog wel te doen, allemaal? We moeten oppassen dat filmjournalistiek niet iets voor Gooische meisjes wordt, die het er leuk even bij doen.

Lees meer...

Door: Bor Beekman

Referaat

25 september 2014

Dit is een heuglijke dag. Nooit wonnen we die vermaledijde Louis Hartlooper Prijs, en dan ineens tweemaal tegelijk. En dan ook nog de oeuvreprijs voor Peter van Bueren. Een drieslag voor de Volkskrant. Met een beetje hulp van Paul Verhoeven, de Volkskrantcineast pur sang.
'Film is tension’, sprak Verhoeven ooit. ‘Film is emotie’, vond Van Bueren. Soms waren ze het ook eens, bijvoorbeeld over De vierde man.
Zo dadelijk, nadat Rob van Scheers en ik hebben uiteengezet waar het zoal heen móet met de filmjournalistiek, zal Van Bueren uitleggen waar het heen gáát.
In de voorgaande jaren refereerden winnaars van de Louis Hartlooper Prijs hier nogal eens aan de crisis in de filmjournalistiek. Soms terecht, ook nog.
Zelf word ik jaarlijks toch wel door zo’n vijf afzonderlijke studenten journalistiek gevraagd of ik, meestal te elfder ure en ten behoeve van een generieke studieopdracht, even iets kan beweren over de toestand van de filmjournalistiek. Meestal doet het ze er niet zo toe wat ik zeg – als ik maar wil bevestigen dat de criticus uitsterft.

Lees meer...

Door: Peter van Bueren

Oeuvreprijs

25 september 2014

Ik heb honderden prijsuitreikingen bijgewoond, maar als ik aan deze kant van de microfoon stond was het om een prijs te geven en niet om er een te krijgen. Gelukkig maar, want talloze keren heb ik meegemaakt hoe slecht het afliep met prijswinnaars.

Echt behaaglijk voel ik me dus niet, want ik weet: Lof is een gevaarlijk gif.

En ik wil daaraan toevoegen: hoed U voor wie U prijst.

Filmers die journalisten prijzen, dat is verdacht. Filmers prijzen critici alleen als deze positief over hun film schrijven, ook al is dat geheel ten onrechte, en haten critici wanneer zij met een negatieve recensie komen, ook al is dat geheel terecht.

De  Louis Hartlooper prijs voor de Filmjournalistiek is daarom een merkwaardig fenomeen, met vaak onverwachte winnaars en  onnavolgbare motieven.

Lees meer...

Door: Gawie Keyser

De regisseur en ik

26 september 2013

Een paar jaar geleden stuitte ik voor de make-upspiegel van een televisieprogramma op een Nederlandse regisseur over wiens film ik luttele weken eerder zullen we maar zeggen bepaald niet enthousiast had geschreven. Sterker, ik vond zijn film slecht en saai. Maar één scène in het bijzonder stond uit. Voor mijn gevoel verbeeldde en versterkte die een zekere racistische ondertoon in de samenleving. Dat schreef ik zo op. En de regisseur las het. Toen we naast elkaar gingen zitten om geschminkt te worden -- ik zal eerlijk zijn -- kon ik wel door de grond zakken van gene.
       Deze nabijheid, ik bedoel hiermee meer een figuurlijke nabijheid, ik vind het funest. Toch is er geen ontsnappen aan. Klein landje, klein wereldje, dat van de film. Het incident kwam bij mij op toen ik eerder deze week over de nieuwe film van dezelfde regisseur schreef. Een werk nota bene met als thema racisme en slavernij. Terwijl ik het stuk tikte zag ik hem weer destijds naast me zitten, zijn blik in de spiegel op mij gericht, zijn inhoudelijke reactie destijds – hij legde kalm aan mij uit dat die scène toch echt slechts een reflectie was van iets wat in onze maatschappij speelde – nog vers in mijn geheugen.
       De regisseur en ik. Het is een duivelse mix. Ik herinner me een college op de universiteit die ging over iets dat ‘elite-integratie’ heette: de wijze waarop journalisten en de mensen waarover ze schrijven dikwijls in dezelfde kringen bewegen, niet alleen in een werksituatie, maar ook sociaal, aan de borreltafel, of in dit geval voor dezelfde make-upspiegel. De les die wij als journalistiekstudenten moesten leren hield in dat je vooral moest waken tegen deze ‘elite-integratie’. Wanneer de fusie van de leefwerelden van de journalist en zijn subject een feit is, dan komt objectiviteit in gevaar, voor zover we daarvan kunnen spreken in de filmjournalistiek, en ligt belangenverstrengeling op de loer.

Lees meer...

Door: Eric Koch

Referaat

27 september 2012

In de eindexamenklas van mijn middelbare school zat ik bij een van de nogal saaie lessen van de leraar Nederlands achter in de klas te kaarten. Toen hij ons betrapte, zei de docent uitgestreken: heren, we zien elkaar bij het examen. Daar gaf hij mij ondermeer het gedicht Ode aan de Sonetten ter interpretatie, kennelijk in de veronderstelling dat de portée mij zou ontgaan. Foutje. De liefdesverklaring van de schrijver was duidelijk. Hij was dankbaar voor het strakke kader van die gedichtvorm, die hem dwong om binnen die ogenschijnlijke beperking zijn gevoel en gedachten optimaal te verwoorden.

Na de rede van mijn geeerde voorganger Oliver Kerkdijk, die zich vorig jaar droevig toonde over het langzame verdwijnen van de lange filmrecensies, wil ik hier vandaag ook de mooie kanten van de kórtere dagbladrecensies belichten. Ook ik las vroeger met grote interesse de beschouwingen van de generatie van icoon Ellen Waller. Net als bijvoorbeeld de paginagrote interviews van Ab van Ieperen. Dat hij wel eens knipte en plakte, deed voor mij weinig af aan zijn boeiende filmportretten.

Lees meer...

Door: Dana Linssen

Naar een Critica Militans

23 september 2010

De Nederlandse filmkritiek is een stuk leuker geworden sinds zes jaar geleden de Louis Hartlooper Prijs voor de Filmjournalistiek is ingesteld. Ergens eind augustus begint het. Argwanend bekijken filmjournalisten elkaar bij persvoorstellingen; de enige keren per week dat we uit onze holen komen om vervolgens weer snel in het bioscoopdonker te verdwijnen. Wie zou dit jaar? Hij toch niet? Of zij? Oh, nee! En stiekem hopen we natuurlijk allemaal dat het nu, deze keer, hét moment is waarop onze geheel eigen speciale talenten en kwaliteiten zijn onderkend. Zij heeft makkelijk praten, denkt u natuurlijk. Zij heeft ‘m vorig jaar al gekregen. Het heeft in 73 regionale kranten gestaan. Nou vergeet het maar. Ik hoopte natuurlijk gewoon dat ik ‘m nog een keer zou krijgen. Ach. Sinds de komst van de Louis Hartlooper Prijs voor de Filmjournalistiek is het niet meer te ontkennen: ook filmjournalisten zijn gewone mensen.

De eerste prijs ging naar Joyce Roodnat. Terecht. De Grande Dame van de filmjournalistiek. Daarna kwam er een Belg. Oe. Wat werden we opeens nationalistisch. Een Belg? Nee, de sfeer zat er meteen al goed in. Maar het was een prijs voor de beste publicatie, werd ons snel verzekerd. Nou dan zou die prijs wel geen lang leven beschoren zijn, want: publicaties? Over film? In Nederland? Waren die er dan? Er gebeuren rare dingen als je zo’n prijs wint. Annemieke Hendriks schreef een prachtig boek over de wegbereiders van de Nederlandse cinema, vertrok vervolgens naar Berlijn en… Nu ja, gelukkig vernemen we nog veel van haar, maar niet noodzakelijkerwijs over de cinema. Mijn voorganger André Waardenburg kreeg ongeveer in dezelfde week de prijs als dat hij te horen kreeg dat OCW de subsidiestekker uit zijn blad Skrien trok en nee, dat had niets met elkaar te maken, maar met André kun je daar wel prettig morbide grappen over maken. En ik, nou ja, ik deed iets nog veel ongepasters: ik ging illegaal de grens over om een tijdje in het land van de filmmakers te verblijven.

Lees meer...